Erwtstruik, Carangana arborecens
€ 4,49De erwtenstruik is een robuuste plant uit Siberië en Mongolië, die 4-6 meter hoog wordt. Hij heeft fijngeveerd, lichtgroen blad en bloeit in mei-juni met felgele, vlindervormige bloemen, aantrekkelijk voor bestuivers. De eetbare peulvruchten bevatten zaden die aan doperwten doen denken. De struik is winterhard, met weinig eisen aan de grondsoort en vraagt nauwelijks onderhoud
Categorieën
Bomen/struiken met eetbare blaadjesExtra informatie
De erwtenstruik is een zeer robuuste en multifunctionele struik of kleine boom die oorspronkelijk afkomstig is uit de gure en droge Siberische steppen en delen van Mongolië.
De plant bereikt in de tuin uiteindelijk een hoogte van ongeveer vier tot zes meter en vormt een opgaande, bossige struik die uitstekend als windkering of eetbare haag kan dienen.
Het blad is fijngeveerd, lichtgroen van kleur en bestaat uit meerdere kleine deelblaadjes die de struik een sierlijk en luchtig uiterlijk geven.
In het late voorjaar rond mei en juni bloeit de struik overvloedig met felgele, vlindervormige bloemen die zeer aantrekkelijk zijn voor bijen en andere bestuivers.
Na de bloei ontwikkelen zich de eetbare peulvruchten die in de loop van de zomer rijpen en waarin kleine, ronde zaden zitten die qua uiterlijk en smaak sterk doen denken aan doperwten.
De rijptijd van de peulen valt in juli en augustus, waarna de rijpe zaden zowel vers gekookt als gedroogd in diverse gerechten kunnen worden gebruikt.
De standplaats dient bij voorkeur in de volle zon of lichte halfschaduw te zijn, waarbij de struik ongevoelig is voor felle, gure wind en zelfs zoute zeewind prima verdraagt.
Wat betreft vorstgevoeligheid is de plant extreem winterhard tot ruim onder de dertig graden vorst, waardoor hij zonder enige bescherming de Nederlandse winters doorstaat.
Aan de grondsoort stelt de struik vrijwel geen eisen en hij groeit moeiteloos op arme, droge zandgronden, zware klei en zelfs op stenige of zeer kalkrijke bodems.
Een belangrijke eigenschap is dat de plant in symbiose leeft met bacteriën die stikstof uit de lucht binden, waardoor hij de bodem rondom zichzelf op natuurlijke wijze bemest en verrijkt.
Behalve de zaden zijn ook de jonge peulen in hun geheel eetbaar als sperziebonen, mits ze vroeg in het seizoen plukvers worden geoogst en kort worden gekookt.
De plant vraagt nauwelijks onderhoud of snoei en kan direct na de winter eventueel in model worden geknipt om de compacte vorm te behouden.



